Tortilla
Als mijn broer Simon overlijdt op nieuwjaarsdag 2014 laat hij een groot & vol huis na. Het oude grachtenpand paste hem als een oude jas, hij wàs De Vigilantie. Maar die machtige woonplek en vertederend muziektheatertje was verworden tot een lege huls. De ziel was ontsnapt, zijn spullen tot dode dingen verworden.
Eén bijzonder stuk ontworstelt zich aan die kwalificatie: een oude langspeelplaat die verwaarloost in een hoekje staat. Ik herken het meteen: de elpee van Tortilla waar Simon ooit een bijdrage aan leverde met zijn cello. De cello die zijn trouwste bondgenoot zou zijn in een rusteloos leven.
Onder de arm gaat hij naar huis om op de draaitafel tot leven te komen. Eerst het bekende gekraak maar dan nemen de herkenbare tonen me mee naar het 1971. De Bergense band Tortilla met o.a. de broers Den Tex zitten in de studio en er wordt gezocht naar een cellist om het nummer ‘Back tot the roots’ in te spelen. Simon werd gevonden in de coffeeshopscene van die tijd. We waren trots op mijn broer, hij was nu een beetje beroemd vonden we. Zelf deed hij er achteloos over. Als salaris kreeg hij later de elpee toegespeeld. Die wij grijsdraaien tot in de vergetelheid. Maar nu was die muziek er weer. En het deed ook wel een beetje zeer, die mooie solo te horen van een broer die niet meer speelt.
Jaren later spreek ik Jan Piet den Tex. Nu een oude rocker die een programma speelt over Jody Mitchell in Betty Asfalt in Amsterdam. Hij weet hij er niet veel meer van, da’s jammer. Hij vermoed dat zijn broer Emiel meer te melden heeft over die periode. Een beetje teleurstellend maar ook een belofte voor gepast verder recherchewerk. Tortilla verdween voor nu even naar de achtergrond, andere zaken vroegen meer aandacht.
Weer wat jaren later komt toch de naam Emiel den Tex langs. Hij speelt in de Sociëteit op het Luttik Oudorp met een gelegenheidsband. Met de elpee onder mijn arm zit ik onrustig op de derde rij te luisteren naar een praatgrage grijze muzikant die het optreden lardeert met verhalen uit zijn carrière . En warempel, Tortilla komt snel langs, de band speelt ‘Back tot the roots’. Ik word door de bekende klanken geraakt. De rest van het concert beleef ik wat plichtmatig, ben vooral zenuwachtig om Emiel den Tex na afloop te spreken. Zal hij het wel waarderen, maak ik het allemaal niet te groot?
De afloop is een deceptie. Hij verdwijnt met zijn band naar de kleedkamer en laat zich niet meer zien. Mijn nicht die mee is moet echt naar huis en zonder resultaat komt de LP weer in de kast terecht. Ik voel me vertwijfeld, kans gemist op een mooi verhaal.
Maar Frank V. redt me. Had mijn verhaal al gehoord vóór het concert en spreekt Emiel, als ie tevoorschijn komt. Ik mag hem bellen en dat doe ik een paar dagen later. Zijn geheugen is veel frisser dan dat van zijn broer. ‘We zochten een strijker voor de invulling van die solo, dat werd Simon dus. Hij werd ingewerkt voor zijn deel door Henk Hanraads, de enige geschoolde muzikant in de band. De hoes werd overigens gemaakt door Hans van Draanen, een kunstenaar die wel kenden uit het Bergense. Deed dat ook voor weinig. We stonden aan het begin van onze carrière en hadden gewoon geen cent te makken. Nadat we klaar waren in de studio gingen we ook live spelen, o.a. in de Melkweg en Paradiso. Je kon onze muziekstijl beetje vergelijken met 10CC. Wat alternatiever als de mainstream in die tijd.’ Aan het eind van het gesprek spreken we af dat ik aanwaai bij een concert in de buurt. Handje geven, gaan we ook samen op de foto. Zou mijn broer Simon wel mooi gevonden hebben.




