De souks van Marrakesh

De souks van Marrakesh

Fines

Anderhalve dag had ik mezelf gegund om te zwerven door Marrakesh. Daarna zou ik aansluiten bij een groep die gaat MTB-en in en om het Atlas gebergte. Maar dat voor later.

Marokko was voor mij een stap zetten in Afrika. Bekend van radio & tv maar live aanwezig zijn was me nog niet gelukt. Überhaupt een stap zetten buiten Europa is voor mij al een uitdaging, laat staan dat alleen doen. Maar rugzak om, camera in de aanslag en stevige schoenen aan de voeten op zoek naar het centrum. Daar had ik mij op verheugd.

En het centrum zijn de Souks van Marrakesh. Een eeuwenoud stelsel van nauwe straatjes waar gewoond, gehandeld en getoerist wordt. Ik zwerf, observeer, wik en weeg. Wat zie ik, maar ook:  wat is er echt aan de hand in deze met mensen overladen vergaarbak?

De vergelijking met Amsterdam dringt zich op. Wat is authentiek, wat is fake? Maar als je dwars door de façade heen kijkt zie je het echte dagelijkse leven zich opdringen. Waar bouwvakkers het stof in de hun poriën hebben, met blote handen de gevolgen van de aardbeving van een jaar geleden proberen aan te pakken. Waar heel veel winkeltjes allemaal verveeld hetzelfde verkopen. Maar waar ook schitterend handwerk gemaakt en aangeboden wordt. Waar bedelaars en kinderen je aanschieten, bromfietsen je opzij toeteren en eethuisjes je uitnodigen.

Het is een wereld op zichzelf. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Lange dagen om genoeg bij elkaar schrapen en te overleven. Kom je buiten dat centrum dan zie je ook een hele andere wereld. Van veel auto’s, soms hele grote, vaak van het merk Dacia. Taxi’s rijden in grote getale de toeristen rond. Die ongegeneerd mee willen maken wat ontelbaren vóór hun ook al gedaan hebben. Tweemaal daags komen ze met duizenden tegelijk aangevlogen naar deze oude stad om zich te storten op de illusie van de souk.

Ik hou me voor dat ik anders ben. Een observant die vast wil leggen, wil vertellen over dit bonte gezelschap. Mijn hotel ’s avonds is comfortabel en ik spoel het stof van me af. Om onder de koele lakens in slaap te vallen. Dat schurkt wat ongemakkelijk. Ook voor mij.

De kleedkamer

De kleedkamer

Fines

Vanaf mijn 19e tot pakweg 35ste jaar was een wekelijks hoogtepunt de voetbalkleedkamer. Daar kwamen wij op zaterdagmiddag bij elkaar om de strijd aan te gaan met lotgenoten van een andere voetbalvereniging, ook wel De Tegenstander genoemd. Wij waren mannen die samen de liefde voor de bal beleden. Zeker niet allemaal begenadigde voetballers, verre van dat. Maar wij waren een téam. Los zand en toch met elkaar verweven. En voetbal was ons van jongst af aan met de paplepel ingegoten.

In die kleedkamer werd de week doorgenomen, sneren uitgedeeld, de tegenstander besproken en mogelijke opstellingen afgewogen. Dat ging zelden zonder strijd want groot onrecht werd je aangedaan als je reserve stond. Waren we maatschappelijk hard onderweg onze draai te vinden, met de voetbalkicksen aan ontstegen we nauwelijks het niveau van een puber:  emoties, geldingsdrang en drank bepaalde in grote mate ons gedrag.

Als de tegenstander het ons niet makkelijk maakte in een wedstrijd konden we zonder meer lelijk doen naar elkaar. Zelfs de schaars aanwezige vaders (meer toeschouwers waren er niet) langs de lijn uitte zich in vervaarlijke taal. En we konden gemeen voetballen als het moest, al was het maar uit frustratie.

Maar na het laatste fluitsignaal was dat over. Tijd voor de douche, het bier en de vette hap.  Uitgeserveerd door de kantinevrijwiligers als Tante Sjaan en Ome Arie. Vaak liep het uit de hand, kwamen we beschonken thuis, afkeurend bekeken door onze ouders en later onze vrouwen.

Want dat deden we ook: trouwen. Dat waren hoogtepunten. We voerden stukjes op, zongen liederen, werden ongegeneerd dronken en sloegen ons op de schouders vanwege het tijdelijke zorgeloze bestaan.

Dat was toen. Nu hebben we elkaar weer ontmoet bij de reünie, georganiseerd door onze club forever Alcmaria Victrix waar we dertig jaar geleden voor het laatst voetbalden. Niet iedereen herkende elkaar meteen, maar na een paar onwennige zinnen kwam die lach weer. Die overbekende lach van kleedkamerhumor, die trouwpartijen en talloze kroegbezoeken. En dat smaakte naar meer.

Een paar maanden later komen we weer bij elkaar. Dat komt door mijn specialiteit: dia’s afspelen. Een heel leven fotograferen heeft zo zijn voordelen. Het tevreden snorren van het dia apparaat, biertje in de hand, naast elkaar op de bank. En daar komen de beelden. Getoond worden jongens die ons zijn ontvallen, al die langs de lijn staande vaders die allang overleden zijn maar ook beelden van jonge mannen met onnavolgbare acties aan de bal. Herkenning, de oh’s en ah’s zijn niet van de lucht en lang vergeten momenten verlichten de huiskamer als ware het de kantine van onze voetbalclub.

Old soldiers never die. Dat gaan we meer doen, bij elkaar komen. Tot de laatste de kleedkamerdeur dicht doet. En het dia-apparaat uitzet.     

Pensionado’s in Spanje

Pensionado’s in Spanje

Ik heb mij in leven en welzijn niet veel stilgestaan bij hoe mijn pensioen er uit zou moeten zien. Laat staan dat ik er überhaupt vorm aan gaf. De boel in het hier en nu rondbreien is al lastig zat zullen we maar zeggen. Tikkeltje naïef misschien, dat moet ik u nageven.

De ene keer overigens dat ik wel een poging deed was ook meteen de laatste. De lijfrente die ik afsloot (vriendendienst zei hij) bleek gekort met een aanzienlijk bedrag bestemd voor de De Vriend De Tussenpersoon. Dat gingen we niet nog een keer doen We zagen wel.

In Spanje, Malaga om precies te zijn, stuitte ik op een heuse demonstratie van ouderen die misschien wel iets te veel vertrouwd hadden op wat de pensioenfondsen ze beloofd hadden. Dat kan natuurlijk ook, je hele leven betalen en toch genaaid worden.

Dus komen ze in actie en ik als toerist kan het mooi bekijken. Zuidelijk temperament met spandoeken en rode vlaggen. Een mooi schouwspel.

Maar er waren nog meer kapers op de kust die middag: De Gezondheidszorg. Deze werknemers hier gingen vooral voor meer geld. Dat werd wel duidelijk uit de spandoeken. De meestal dames waren in het begin wat onwennig maar allengs kwam de stemming er goed in met het scanderen van buitengewoon strijdlustige kreten.

Nu hadden beide groepen vlaggen en spandoeken, maar wat vooral indruk maakte was de megafoon. Het werd een strijd om de aandacht en beide groepen marcheerden zich luidruchtig richting de hoofdstraat. Als een scène uit Don Camillo, genieten voor de buitenstaander.

Twee weken hadden we een leuk huisje gehuurd. De kou van Holland achter ons latend, de zon van Andalusië die ons laafde. Wel de afspraak met mezelf elke dag mijn laptop open te klappen. Werken en genieten van de zon, zou dat mij passen?

Ondertussen bespioneerde ik op de terrassen de pensionado’s die niets anders deden als elke dag heen en weer lopen over de boulevard, hengeltje uitgooien of rondjes te rijden op een fiets. Zou dat wat voor me zijn?   

Na tien dagen was het klaar. Niet spannend genoeg, ik mis de leuke mensen en uitdagingen. Ondanks de storm in Olland verlang ik naar huis en haard. En naar mijn werk met een beetje stress. Blijf je scherp van.

Garnalen

Garnalen

Fines

Niemand had het erover, maar mijn eigen kritisch blik was genadeloos: een buikje. Bijna net zo erg als kaal worden, je wordt ouder papa. Het halfslachtig inzetten van bezuinigingen op eet- en snoepgedrag zette weinig zoden aan de dijk. Blijkbaar was de onderliggende onvrede een ijsvloer: betreden voor eigen risico.

De definitieve nekslag waren de fietspakjes. De lycra broeken en shirts lieten genadeloos de overbodige rondingen zien. Not done in de scenerie van een sport die draait om uren maken op de fiets gekoppeld aan minimale rondingsmaten. Er moesten keuzes gemaakt worden; aan- of afhaken. Het werd het laatste.

Een uitgekiend eetschema, ondersteund door Serieuze Afvalboeken en Meedoenende Vrouw, maakte dat de kilo’s er afvlogen. Jammer dat alles in het lijf afviel, wat bezorgde blikken en vragen opriep. Maar het doel heiligde de middelen, ik riep dat ik me uitstekend voelde en goed voor mezelf zorgde. Het grootste compliment maakte een ex tegen me die me trof in wielertenue. Ik leek wel een garnaal was haar ongevraagde mening. Missie geslaagd, wielrenners zijn garnalen. Kijk naar Tom, Froomie, Geesink: geen gram teveel, dat kunnen we waarderen.

Een net afgeronde vijfdaagse hoogtestage in de Dolomiten maakte het feest compleet. Twaalfduizend hoogtemeters konden bijgeschreven worden in de boeken, het lichaam verteerde het als in zijn beste jaren. Dat voelde als het veroveren van de gele trui.

Ik had in mijn werk te maken met een jongedame die anorexia had. Niet uit vrije wil. Na verkracht te zijn door een Kerkvrijwilliger en later door een buurman besloot ze haar lijf in de ban te doen. Niet eten was niet voelen, met bijna de dood tot gevolg. Elke gram eten was een gevecht, laxeren dagelijkse gang van zaken, ongesteld worden iets van vroeger.

Ik moet vaak aan haar denken; door hard werken kreeg ze haar leven weer vlot en vond een opleiding en baan die genoeg afleiding en voldoening bracht om dit leven nog waard te vinden. Maar dat lijf, dat wil maar niet veel ronder worden. Dat is te veel gevraagd.Twee lijven, lijven als garnalen. zij omdat haar omgeving haar grondig de vernieling inhielp, ik omdat ik zomaar het idee heb dat het nog niet tijd is om fysiek en mentaal af te haken. Je lichaam is tenslotte je tempel, dat krijg je maar één keer.

Leg dat maar eens uit aan mijn jongedame.

Mopper de mopper.

Mopper de mopper.

Fines

De hele dag wil het al niet vlotten en mijn humeur leidt daar onder. Wel jammer, want ik ben op vakantie en dat moet toch een gezellige boel zijn zou je zeggen. Niets daarvan, ik mopper vandaag op van alles en nog wat. Laat ik u eens deelgenoot maken van zo’n dag.

Die verdomde mondkapjes die je hier in Duitsland overal moet dragen. Zin in koffie? Daar komt de gemaskerde ober al aangepuft. Heeft een zakdoek voor zijn mond die hij de hele dag al draagt. En het is nu vier uur, lust u nog wat? Maar onze oosterburen hoor je er niet over, iedereen is hier strikt in de regels. Ook wel een kwaaltje van ze weten we. Mopper 1 dus. Alhoewel, na een tijdje went het ook nog, ik heb standaard het attribuut in de broekzak of wielrenshirt zitten. Want je lust ook wel eens wat onderweg.

Waar ik me ook dood aan erger is de overdaad aan nieuwe auto’s hier, vaak dure jongens. Er zit geen afgetrapt apparaat tussen. Geen idee waarom ik me daar over opwind maar het stoort me mateloos. Navraag leert dat Bayern dik in de centen zit en vergrijsd. Duidelijk Mopperpunt 2. Ik zie dat ook bij de gepensioneerden van ons in Nederland. Allemaal nog een keer een nieuw karretje aanschaffen. Helpt geen reet kan ik ze vertellen, je wordt er niet jonger van. Je kan beter zorgen dat je actief voor je zelf en de samenleving blijft, veel beter voor je. En geef je geld aan mensen die het beter kunnen gebruiken, dien je ook nog een goed doel.

Die klotemotoren, Mopper 3. Ik kan geen leuk bergweggetje bestijgen op m’n racefiets of daar komt weer zo’n colonne motoren aan. Ze redden het net om hun dikke pens op die absurtdure Harley’s te hijsen, en dan maar lekker toeren met z’n allen. Ik maakte het een keer mee dat we 130 kilometers gefietst had, stikhete dag dus een biertje hadden we wel verdiend bij aankomst slaapherberg.  Tegelijkertijd arriveert een groep motormannen. Er moest eerst gerookt worden, daarna snel bier halen en uitpuffen; er was hard gewerkt vandaag met dat toeren door de Eiffel vonden ze.

Ik heb vandaag een lekkere bergrit bedacht op mijn racekarretje. Bepakt en bezakt wil ik afreizen, blijk ik mijn bandewippers niet te kunnen vinden. Onder luid gevloek haal ik alles overhoop, maar onvindbaar. Ik Mopper (4) mezelf toch maar op mijn fiets biddend dat de lekke band uitblijft. Waarom raak ik toch altijd van alles kwijt? Mopper 5: er is een lid van mijn voetbalclubje overleden bij de training. En ik zit in Zuid-Duitsland. De boel is in rep en roer daar en ik voel me machteloos. Ik wil iets betekenen en dat kan maar mondjesmaat. Daar word ik niet blij van. Mopper 5 dus.

Ik zou nog veel meer willen mopperen vandaag. Dat we eens moeten stoppen alles online te kopen, niet klakkeloos de wereld over moeten vliegen vanwege je dikverdiende tussenjaar, ik baal van die electrische MTB’s met fossielen erop die zo graag ook een spannende fietstocht willen maken. En me nog bij kunnen houden ook. Maar al dat gemopper helpt me niks. Het zit tussen m’n oren, ik ben de Luther van de Calvinisten. Doe gewoon en beteken wat. En hou het sober. Lukt mij ook niet altijd trouwens, moet wel eerlijk blijven.

Gelukkig heb ik vandaag ook twee verheugzaken. Een daarvan is dat vanwege de corona er hélémáál geen Nederlanders te vinden in Zuid-Duitsland. Heerlijk, we voelen ons een beetje bijzonder met onze gele nummerplaten. Alsof we Livingstone zijn in Donker Afrika maar dan anders. Ik mis mijn luidruchtige landgenoten voor geen meter. En ook een beetje leuk: ik word morgen 62. Dat heb ik toch maar mooi gehaald. En er is me een passend cadeau beloofd. Mijn mopperbui lost ter plekke op met dit goede nieuws.

Naschrift: ik heb van mijn vrouw en kinderen een seminar  ‘ademhalen in een ijsbad’ gehad, de zgn. Wim Hof Methode.  Kans dat het een nieuw mopperitem wordt maar mij is bezworen dat ik er beter van ga worden. Ik laat u weten wat de bevindingen waren als ik het overleefd heb.