Afrika

Afrika

Ik ben een bijzondere ervaring rijker. Opgedaan in Namibië en Botswana om precies te zijn. Eigenlijk een mazzeltje dat ik meekon, ik sloot op het laatste moment aan in een groepsreis wegens een annulering.  Een kans uit duizenden, gewone jongens als wij zoeken het doorgaans niet zo ver weg.

De reis was een achtbaan. Was ik al eens in Marokko geweest, dit was een heel ander Afrika. Het hield me een spiegel voor van zaken waar ik geen weet van had. Armoede, ongerepte natuur, elegantie, gastvrijheid en avontuur maakte dit tot een levenservaring. Die thuisgekomen nog wel even herkauwd moet worden. Met maar eigenlijk één vraag: wat raakte me nu het meest?

Armoede zag ik in Rehoboth, een stadje in Namibië. We waren te gast bij Lighthouse. Een plek waar kwetsbare kinderen en jongeren worden opvangen en aanvullend onderwijs ontvangen én een maaltijd krijgen. En dat is niet voor niets. Ik mocht mee op bezoek in de sloppenwijken met de dubieuze geuzenaam Blikjesdorp omdat de schamele woninkjes opgetrokken zijn uit golfplaten. En zag met mijn eigen ogen hoe alcohol, drugs, armoede en falend ouderschap verwoestend uitpakken voor de mensen daar. Kinderen worden opgevoed door moeders en oma’s, woningen zijn zo lek als een mandje en zijn hemeltergend karig ingericht. Vaak niet meer dan 4 vierkante meter, met een bed en kooktoestelletje. Dat verlaat niet zo snel je netvlies. Als ik een moeder mag fotograferen in haar huis stemt ze daarmee in, voor mij ongemakkelijk, zelf lijkt ze zich te berusten in haar situatie.

De tegenstelling kwam ruim aan bod in het hoofdstuk avontuur & natuur. Met vier Landcruisers ploegden we over onverharde wegen met diepe geulen en plassen door onwaarschijnlijk grote natuurgebieden. Doorgaans brave huisvaders ontpopten zich als bevlogen coureurs die het uitdagende parcours te lijf gingen in lage en hoge giering, met sleepkabels sjouwden om vastgelopen collega’s uit de prut te trekken en startkabels aanlegden om accu’s nieuw leven in te blazen. Discovery kon er zo een spannende serie van maken: Me and my fourwheeldrive in Botswana. Dit alles gadegeslagen door olifanten, zebra’s, leeuwen, antilopen en giraffes die verwonderd deze optocht langs zagen komen.

Tegenstellingen waren er wel meer. Slapen op het dak van je auto versus het luxueuze onderkomen van koninklijke lodges. Je verwonderen over de gracieuze loop van een sabelantilope en het neerleggen met een enorm geweer van een onyx. Maar ook de energie van hulpverleners en moeders en de gelatenheid van de veelal mannen in de talloze illegale barretjes met hun huisgestookte alcohol.

Ik zag trotse mensen die in hun armoede waardigheid toonden. In hun houding, in hun bereidheid mij hun situatie uit te leggen of voor mijn camera te staan. Ik zag een gigantische sterrenhemel, maakte fabelachtige zonsondergangen mee die me emotioneel troffen. Genoot van de enorme leegte die zo weldadig aanvoelde in hun stilte. Het maakt me nederig maar ook wel nadenkend. Wat wilde dit me allemaal zeggen?

Ik was op stap met een groep van 16 mannen die voor een groot deel verbonden was met de christelijke kerk. Voor en na eten werden een gebed gedaan waar dankbaarheid uitgesproken werd voor wat we meemaakten op deze reis. Ik ben nauwelijks religieus maar ervaarde dat besef tot in mijn tenen. Misschien was dat wat Afrika mij wilde zeggen: dankbaar zijn om wat je hebt. Familie, gezondheid, eten op tafel.

Ik gun iedereen zo’n reis door Afrika.

Côte d’Azur

Côte d’Azur

Frankrijk is leuk, Fransen zijn dat niet altijd weten we. Na jarenlang met een ruime boog er omheen gereden te hebben draai ik daarin bij. Ik geef voor deze omslag de media maar even de schuld. TV France5 (hoe kwam ik daar in godsnaam terecht die zondagochtend?) pakte uit met een serie met de verleidelijke naam ‘Des racines & des ailes’. Het mooiste van Frankrijk kwam daar fraai in beeld.

Afgelopen zomer moest deze ontluikende liefde tot uitvoering komen. Plan was in mijn eentje vanuit Valence dwars door het zuiden richting Monaco te fietsen. Maar ik strandde in mijn overmoed bij Remouzet, ver weg  van Monaco.

Maar ik kreeg een kans tot revanche, de lange winter kreeg de schuld. Nice liet in de weerapp mooie temperaturen zien en binnen twee tellen had ik, met steun van het thuisfront, een fiets, appartementje en ticket geregeld. En Nice hield woord: blauwe luchten, aangename zonervaringen en een azuurblauwe zee verwarmden mijn verwinterde lijf .

Maar het raakte nog iets anders: als klein kind kon ik wegdromen bij de verhalen over verre oorden. Daar hoorde ook de Côte d ‘Azur bij, de mediterrane warmte kon ik bijna voelen in die (harde) schoolbank. En nu stapte ik uit het vliegtuig in mijn eigen droom. Nice liet zich van zijn beste kant zien met de Promenade des Anglais waar je eindeloos kan flaneren. Ook fietste ik de hele kust af langs prachtige plaatsen als Villefrance-sur-mer, Cap d’Ail, Monaco en Menton. Zeker, een kinderhand is snel gevuld en het is niet alles goud wat er blinkt daar maar ik heb het gezien! En ben weer even het jongetje van tien die in die winter droomde van verre warme oorden.

Tortilla

Tortilla

Als mijn broer Simon overlijdt op nieuwjaarsdag 2014 laat hij een groot & vol huis na.  Het oude grachtenpand paste hem als een oude jas, hij wàs De Vigilantie. Maar die machtige woonplek en vertederend muziektheatertje was verworden tot een lege huls. De ziel was ontsnapt, zijn spullen tot dode dingen verworden.

Eén bijzonder stuk ontworstelt zich aan die kwalificatie: een oude langspeelplaat die verwaarloost in een hoekje staat. Ik herken het meteen: de elpee van Tortilla waar Simon ooit een bijdrage aan leverde met zijn cello. De cello die zijn trouwste bondgenoot zou zijn in een rusteloos leven.

Onder de arm gaat hij naar huis om op de draaitafel tot leven te komen. Eerst het bekende gekraak maar dan nemen de herkenbare tonen me mee naar het 1971. De Bergense band Tortilla met o.a. de broers Den Tex zitten in de studio en er wordt gezocht naar een cellist om het nummer ‘Back tot the roots’ in te spelen. Simon werd gevonden in de coffeeshopscene van die tijd. We waren trots op mijn broer, hij was nu een beetje beroemd vonden we. Zelf deed hij er achteloos over. Als salaris kreeg hij later de elpee toegespeeld. Die wij grijsdraaien tot in de vergetelheid. Maar nu was die muziek er weer. En het deed ook wel een beetje zeer, die mooie solo te horen van een broer die niet meer speelt.

Jaren later spreek ik Jan Piet den Tex. Nu een oude rocker die een programma speelt over Jody Mitchell in Betty Asfalt in Amsterdam. Hij weet hij er niet veel meer van, da’s jammer. Hij vermoed dat zijn broer Emiel meer te melden heeft over die periode. Een beetje teleurstellend maar ook een belofte voor gepast verder recherchewerk. Tortilla verdween voor nu even naar de achtergrond, andere zaken vroegen meer aandacht.

Weer wat jaren later komt toch de naam Emiel den Tex langs. Hij speelt in de Sociëteit op het Luttik Oudorp met een gelegenheidsband. Met de elpee onder mijn arm zit ik onrustig op de derde rij te luisteren naar een praatgrage grijze muzikant die het optreden lardeert met verhalen uit zijn carrière . En warempel, Tortilla komt snel langs, de band speelt ‘Back tot the roots’. Ik word door de bekende klanken geraakt. De rest van het concert beleef ik wat plichtmatig, ben vooral zenuwachtig om Emiel den Tex na afloop te spreken. Zal hij het wel waarderen, maak ik het allemaal niet te groot?

De afloop is een deceptie. Hij verdwijnt met zijn band naar de kleedkamer en laat zich niet meer zien. Mijn nicht die mee is moet echt naar huis en zonder resultaat komt de LP weer in de kast terecht. Ik voel me vertwijfeld, kans gemist op een mooi verhaal.

Maar Frank V. redt me. Had mijn verhaal al gehoord vóór het concert en spreekt Emiel, als ie tevoorschijn komt.  Ik mag hem bellen en dat doe ik een paar dagen later. Zijn geheugen is veel frisser dan dat van zijn broer. ‘We zochten een strijker voor de invulling van die solo, dat werd Simon dus. Hij werd ingewerkt voor zijn deel door Henk Hanraads, de enige geschoolde muzikant in de band. De hoes werd overigens gemaakt door Hans van Draanen, een kunstenaar die wel kenden uit het Bergense. Deed dat ook voor weinig. We stonden aan het begin van onze carrière en hadden gewoon geen cent te makken. Nadat we klaar waren in de studio gingen we ook live spelen, o.a. in de Melkweg en Paradiso. Je kon onze muziekstijl beetje vergelijken met 10CC. Wat alternatiever als de mainstream in die tijd.’ Aan het eind van het gesprek spreken we af dat ik aanwaai bij een concert in de buurt. Handje geven, gaan we ook samen op de foto. Zou mijn broer Simon wel mooi gevonden hebben.

De souks van Marrakesh

De souks van Marrakesh

Fines

Anderhalve dag had ik mezelf gegund om te zwerven door Marrakesh. Daarna zou ik aansluiten bij een groep die gaat MTB-en in en om het Atlas gebergte. Maar dat voor later.

Marokko was voor mij een stap zetten in Afrika. Bekend van radio & tv maar live aanwezig zijn was me nog niet gelukt. Überhaupt een stap zetten buiten Europa is voor mij al een uitdaging, laat staan dat alleen doen. Maar rugzak om, camera in de aanslag en stevige schoenen aan de voeten op zoek naar het centrum. Daar had ik mij op verheugd.

En het centrum zijn de Souks van Marrakesh. Een eeuwenoud stelsel van nauwe straatjes waar gewoond, gehandeld en getoerist wordt. Ik zwerf, observeer, wik en weeg. Wat zie ik, maar ook:  wat is er echt aan de hand in deze met mensen overladen vergaarbak?

De vergelijking met Amsterdam dringt zich op. Wat is authentiek, wat is fake? Maar als je dwars door de façade heen kijkt zie je het echte dagelijkse leven zich opdringen. Waar bouwvakkers het stof in de hun poriën hebben, met blote handen de gevolgen van de aardbeving van een jaar geleden proberen aan te pakken. Waar heel veel winkeltjes allemaal verveeld hetzelfde verkopen. Maar waar ook schitterend handwerk gemaakt en aangeboden wordt. Waar bedelaars en kinderen je aanschieten, bromfietsen je opzij toeteren en eethuisjes je uitnodigen.

Het is een wereld op zichzelf. Iedereen zit in hetzelfde schuitje. Lange dagen om genoeg bij elkaar schrapen en te overleven. Kom je buiten dat centrum dan zie je ook een hele andere wereld. Van veel auto’s, soms hele grote, vaak van het merk Dacia. Taxi’s rijden in grote getale de toeristen rond. Die ongegeneerd mee willen maken wat ontelbaren vóór hun ook al gedaan hebben. Tweemaal daags komen ze met duizenden tegelijk aangevlogen naar deze oude stad om zich te storten op de illusie van de souk.

Ik hou me voor dat ik anders ben. Een observant die vast wil leggen, wil vertellen over dit bonte gezelschap. Mijn hotel ’s avonds is comfortabel en ik spoel het stof van me af. Om onder de koele lakens in slaap te vallen. Dat schurkt wat ongemakkelijk. Ook voor mij.

De kleedkamer

De kleedkamer

Fines

Vanaf mijn 19e tot pakweg 35ste jaar was een wekelijks hoogtepunt de voetbalkleedkamer. Daar kwamen wij op zaterdagmiddag bij elkaar om de strijd aan te gaan met lotgenoten van een andere voetbalvereniging, ook wel De Tegenstander genoemd. Wij waren mannen die samen de liefde voor de bal beleden. Zeker niet allemaal begenadigde voetballers, verre van dat. Maar wij waren een téam. Los zand en toch met elkaar verweven. En voetbal was ons van jongst af aan met de paplepel ingegoten.

In die kleedkamer werd de week doorgenomen, sneren uitgedeeld, de tegenstander besproken en mogelijke opstellingen afgewogen. Dat ging zelden zonder strijd want groot onrecht werd je aangedaan als je reserve stond. Waren we maatschappelijk hard onderweg onze draai te vinden, met de voetbalkicksen aan ontstegen we nauwelijks het niveau van een puber:  emoties, geldingsdrang en drank bepaalde in grote mate ons gedrag.

Als de tegenstander het ons niet makkelijk maakte in een wedstrijd konden we zonder meer lelijk doen naar elkaar. Zelfs de schaars aanwezige vaders (meer toeschouwers waren er niet) langs de lijn uitte zich in vervaarlijke taal. En we konden gemeen voetballen als het moest, al was het maar uit frustratie.

Maar na het laatste fluitsignaal was dat over. Tijd voor de douche, het bier en de vette hap.  Uitgeserveerd door de kantinevrijwiligers als Tante Sjaan en Ome Arie. Vaak liep het uit de hand, kwamen we beschonken thuis, afkeurend bekeken door onze ouders en later onze vrouwen.

Want dat deden we ook: trouwen. Dat waren hoogtepunten. We voerden stukjes op, zongen liederen, werden ongegeneerd dronken en sloegen ons op de schouders vanwege het tijdelijke zorgeloze bestaan.

Dat was toen. Nu hebben we elkaar weer ontmoet bij de reünie, georganiseerd door onze club forever Alcmaria Victrix waar we dertig jaar geleden voor het laatst voetbalden. Niet iedereen herkende elkaar meteen, maar na een paar onwennige zinnen kwam die lach weer. Die overbekende lach van kleedkamerhumor, die trouwpartijen en talloze kroegbezoeken. En dat smaakte naar meer.

Een paar maanden later komen we weer bij elkaar. Dat komt door mijn specialiteit: dia’s afspelen. Een heel leven fotograferen heeft zo zijn voordelen. Het tevreden snorren van het dia apparaat, biertje in de hand, naast elkaar op de bank. En daar komen de beelden. Getoond worden jongens die ons zijn ontvallen, al die langs de lijn staande vaders die allang overleden zijn maar ook beelden van jonge mannen met onnavolgbare acties aan de bal. Herkenning, de oh’s en ah’s zijn niet van de lucht en lang vergeten momenten verlichten de huiskamer als ware het de kantine van onze voetbalclub.

Old soldiers never die. Dat gaan we meer doen, bij elkaar komen. Tot de laatste de kleedkamerdeur dicht doet. En het dia-apparaat uitzet.