Tante Joke

Tante Joke

Mijn Tante Joke is niet meer. Vanwege haar één meter vijfenvijftig  ook wel liefkozend Jootje genoemd. Ze werd maar liefst 93 jaar, de laatste jaren waren helaas geen feest.

Er schiet meteen een oud fotootje tevoorschijn door mijn hoofd. Tante Joke in een Kever en een gasbrandertje. Koddig gezicht, is ze koffie aan het maken? Ik weet, ze zijn op huwelijksreis, ergens in Duitsland. Tante is dan 23 jaar, vers getrouwd met Rikus die aan de overkant van ’t Verdronkenoord woonde. Vriend van haar broer Jos en banjers eerste klas.

Joke kon in haar gedrag schuren. Pinnig zou je ook kunnen zeggen. Daar kon niet iedereen mee omgaan maar er zat een goed hart in. Een familiehart ook. Misschien omdat ze groot werd in een gezin van vijftien kinderen waar het niet altijd vanzelf ging en het lot veel voor je bepaalde. En Moeder met straffe hand regeerde.

Ze is acht als ze in Alkmaar komt wonen. Ze had het heel leuk in Schagen, maar Vader moest vanwege werk verhuizen. Als ze tien jaar is gaat ze naar de kostschool van de Zusters Ursulinen. Om aan het eind van de oorlog weer naar huis te komen en naar de Mariaschool te gaan van de Zusters Augustinus. Het is thuis spannend met Peep die ondergedoken zit onder de klok. Maar ze kon ook weer genieten als de Duitsers paraderend en zingend de Laat over gingen. Niet naar school gaan was een feest die laatste maanden. Ze kon gelukkig nog kind zijn in die oorlog.

Ze heeft geluk. Kunnen haar zussen Lenie en Atie na de lagere school meteen het huishouden in, zij mag naar de ULO. School gaat haar goed af want er is niets mis met haar bovenkamer. Maar daarna is het klaar, werk aan de winkel in het gezin. Samen met Riet zorgt ze voor de jongste kinderen Paula en Marion of helpt bij andere katholieke gezinnen.

In 1950, als ze zeventien is heeft ze zomaar een betrekking bij Ringers, de grote en beroemde chocoladefabriek aan het kanaal. Als administratief medewerkster. Trots als een pauw, een echte baan buitenshuis! Haar loon levert ze grotendeels in bij Moeder. Een welkome aanvulling. Maar dan, een jaar later is het alweer uit met de pret. Aan de gang bij het gezin Pot die een schoenenzaak bestieren op het Payglop. De moeder daar is ziek geworden. Razend zal ze zijn geweest maar een keus is er niet. Zo ging dat in die tijd relativeert ze later weg.

Een unieke kans voorbij: ze kan naar Montana in Zwitserland. Als volontaire bij het gezin van Dr. Kruger, directeur van plaatselijke ziekenhuis. Geregeld door haar zus Lia die daar werkt als verpleegster. Als ze een half jaar later thuiskomt omdat haar zussen Trees en Gré tegelijk trouwen gaat ze niet meer terug. Maar het was een prachtige ervaring daar in die bergen.

Weer thuis kan ze aan het werk bij de Firma Ypma. Het is heerlijk werken tussen de piano’s, bladmuziek, langspeelplaten en mensen. Ze heeft scharrel hier en daar maar het wordt uiteindelijk Rikus. Van de overkant. De relatie knippert eerst wat maar in 1956 trouwen ze. Ze is dan 23 jaar en het gezinsleven wacht op haar.

Maar eerst nog op huwelijksreis. Met de Kever naar Duitsland.

De Kerk

De Kerk

In onze vakantie in Frankrijk belanden we in een piepklein dorpje: Le Petit-Bornand-les-Glières om precies te zijn, ergens bij Annecy en we puffen van de hitte. In het kleine kerkje naast de camping piep ik naar binnen. Niet alleen is het er heerlijk koel, ook is het er muisstil; stilte die iets doet met je.

Vroeger was ik een ogenschijnlijk vroom jongetje. Ik was misdienaar, deed eerste en tweede communie met handjes gevouwen en oogjes dicht. Kwam vooral omdat ik op een katholieke school zat, de Aloysiusschool aan de Koornlaan. Net als al mijn broers overigens. Mijn zussen zaten aan de overkant, de St. Agnesschool. Alles keurig gescheiden natuurlijk. Zondagochtenden waren standaard ingepland voor kerkbezoek, de hulpkoster kon niet altijd van me afblijven maar dat liet ik maar gebeuren.

Het katholieke geloof was goed geworteld bij de Overtomen. Niet alleen woonden ze naast de Laurentiuskerk aan het Verdronkenoord, mijn opa was chef kerkonderhoud Noord Holland Noord in een periode van net voor de oorlog tot ver in de jaren zeventig. Hij laveerde communicatief behendig tussen vicarissen, pastoors en kapelaans. Mijn oma was overigens nog vromer dan de heilige Maria. En voor alle vijftien kinderen (waaronder mijn vader) gold dat hun dagelijkse leven voornamelijk plaatsvond in die grote katholieke gemeenschap. Ze bezochten trouw de kerk, de mannen voorzagen de missen, trouwpartijen en uitvaarten van passende muziek. Want muziek was de grote passie van mijn familie.  De tien zussen zaten overigens gewoon in de banken, soms mochten ze kerkboekjes uitdelen bij de ingang. Kapelanen die in huize Overtoom op de koffie kwamen legden wel eens een hand op de bil van een van de zusjes. Dat werd maar voor lief genomen. Daar gingen we geen ruzie om maken. 

Terug naar het kerkje in Frankrijk. Het is een heel eenvoudig kerkje. Weinig protserig zilverwerk, hout op de vloer en een eenvoudige statievoorstelling. Zo was het toch ooit de bedoeling denk ik dan. Nu haakt vrijwel iedereen af, ieder met een eigen reden, inclusief mijn familie. Ze voelden zich wel katholiek, maar misten blijkbaar iets waardoor thuisblijven beter voelde.

Laatst was ik op een verre reis met een groep mannen die gelovig was. Ze baden voor de maaltijden. Om te danken voor de dag, het eten en de mooie dingen die ze hadden ervaren. Ik mompelde wat opgelaten mee. Het sprak me wel aan, dankbaar zijn voor wat er is. Is dat misschien wat we met zijn allen uit het oog verloren zijn?

De Zaak Einstein

De Zaak Einstein

Met een simpele druk op de returnknop is het gebeurd. De Zaak Einstein is niet meer. Althans, voor de Kamer van Koophandel. Opgericht op 1 januari 2010 is ze wegens ‘gebrek aan activiteiten’ naar het rijk der hemelen verwezen.

Zomer 2010. Verlost van de loden last van die o zo mooie drukkerij gloorde een nieuwe toekomst. Geen idee wat die brengen zou, maar de handen & hoofd waren weer vrij. Een gevoel dat nu nog moeiteloos weer op te roepen is. Want geef toe: hoe vaak maak je dat mee? Om een quote te citeren van een bekende Nederlander: ‘ik ben een optimistisch persoon die redelijk lijdt aan het leven’. Mooi gezegd, past mij ook.

Mijn loopbaancoach zette mij naadloos af in de grote wereld van onze jongeren. Snel maakte ik me het begeleiden en naar werk brengen van die struggelende jongeren me eigen. De variaties waren groot, de uitdagingen stevig maar de voldoening massief. Dit kon ik, hier kon ik in verder. Ik werd jobcoach. De wajong, uwv, werkervaringsplekken, sociale activeringen, rapportages: kreten die de kaders van mijn werk vormden.

Maar ook opzetten van werkprojecten. Containers schilderen bij Overdie, inpakwerk, tuinen opruimen, schilderwerk, kabels knippen, alles samen met mijn gasten en stagiaires. Als het maar wat opleverde: geld & werkervaring.

Er kwam een boek uit met de titel ‘De generatie Einstein’. De schrijvers beweerden dat de toen opgroeiende generatie jongeren bijzondere kwaliteiten zou bezitten. Zo waren ze socialer en ze konden multitasken. Dat het boek een paar jaar later iets herschreven moest worden laat zich raden. Maar de naam Einstein pikte ik in. Voortaan werkte ik in ‘De Zaak Einstein’.

De mooiste momenten ervaarde ik bij het voor de eerste keer aan tafel zitten bij een jonge gast die in het sociale of maatschappelijke moeras was vast komen te zitten.  Luisteren, kijken, doorvragen, samen plannen maken, hand in hand stappen maken. Voor een toekomst met meer perspectief, hoe marginaal soms ook. Het mooiste werk van de wereld was het. De Zaak Einstein wordt bedankt voor zijn inzet. Wat een mooie reis.

(voor de intimi: Dat ICT vanaf Morgen dik ging overtoepen was natuurlijk van een geheel andere orde. Ook weer dankbaar werk maar ook weer meer een bedrijf)

Hitte

Hitte

De hitte is werkelijk niet te harden tijdens onze vakantie in Frankrijk. De mooie rit van de camping bij de bergen van Annecy naar de volgende camping bij Valence gaat langs de Gorges de la Borne van de Vercors en is alleen te doen omdat de airco voluit staat. Uitstappen om mooie beelden onderweg van deze overweldigende omgeving te maken is een aanslag op je lijf.

Toch zetten we de auto neer net buiten het stadje Pont-en-Royans dat er prachtig bijligt, geplakt tegen de bergwand. Midden in de Vercors. Als we bovenlangs het centrum inlopen zien we diep beneden, waar het riviertje La Bourne loopt, mensen aan de oever op de oevers recreëren, genietend van de koelte van het water en de schaduw van de bergen eromheen.

Een brug voert hoog boven het riviertje de weg naar buiten het stadje. Daar aangekomen zien we jongeren van die brug in het water springen, tientallen meters lager. Niet zonder gevaar stel ik vast, misspringen is te pletter slaan op de stenen. Ze dagen elkaar uit, sommigen springen wat lager, de durfallen doen het met een aanloop. Of met een salto zelfs. Ik ril er van. Eén jongen springt er tussen uit. Die durft alles, dat zie je meteen. Mooie gespierde gast, eigenzinnig (kan je dat zeggen in één oogopslag?) en voor de duvel niet bang. En daar gaat ie. Een jongen die net gesprongen heeft geeft nog wat aanwijzingen, de rest van de groep staat gespannen toe te kijken. Alle staat erop stel ik vast bij de beeldbewerking: het mooie lijf van de springer, de spanning van de hoogte, de ingehouden adem van de jongeren beneden en de prachtige kleuren in het water. Je zou de hitte bijna even vergeten.

Afrika

Afrika

Ik ben een bijzondere ervaring rijker. Opgedaan in Namibië en Botswana om precies te zijn. Eigenlijk een mazzeltje dat ik meekon, ik sloot op het laatste moment aan in een groepsreis wegens een annulering.  Een kans uit duizenden, gewone jongens als wij zoeken het doorgaans niet zo ver weg.

De reis was een achtbaan. Was ik al eens in Marokko geweest, dit was een heel ander Afrika. Het hield me een spiegel voor van zaken waar ik geen weet van had. Armoede, ongerepte natuur, elegantie, gastvrijheid en avontuur maakte dit tot een levenservaring. Die thuisgekomen nog wel even herkauwd moet worden. Met maar eigenlijk één vraag: wat raakte me nu het meest?

Armoede zag ik in Rehoboth, een stadje in Namibië. We waren te gast bij Lighthouse. Een plek waar kwetsbare kinderen en jongeren worden opvangen en aanvullend onderwijs ontvangen én een maaltijd krijgen. En dat is niet voor niets. Ik mocht mee op bezoek in de sloppenwijken met de dubieuze geuzenaam Blikjesdorp omdat de schamele woninkjes opgetrokken zijn uit golfplaten. En zag met mijn eigen ogen hoe alcohol, drugs, armoede en falend ouderschap verwoestend uitpakken voor de mensen daar. Kinderen worden opgevoed door moeders en oma’s, woningen zijn zo lek als een mandje en zijn hemeltergend karig ingericht. Vaak niet meer dan 4 vierkante meter, met een bed en kooktoestelletje. Dat verlaat niet zo snel je netvlies. Als ik een moeder mag fotograferen in haar huis stemt ze daarmee in, voor mij ongemakkelijk, zelf lijkt ze zich te berusten in haar situatie.

De tegenstelling kwam ruim aan bod in het hoofdstuk avontuur & natuur. Met vier Landcruisers ploegden we over onverharde wegen met diepe geulen en plassen door onwaarschijnlijk grote natuurgebieden. Doorgaans brave huisvaders ontpopten zich als bevlogen coureurs die het uitdagende parcours te lijf gingen in lage en hoge giering, met sleepkabels sjouwden om vastgelopen collega’s uit de prut te trekken en startkabels aanlegden om accu’s nieuw leven in te blazen. Discovery kon er zo een spannende serie van maken: Me and my fourwheeldrive in Botswana. Dit alles gadegeslagen door olifanten, zebra’s, leeuwen, antilopen en giraffes die verwonderd deze optocht langs zagen komen.

Tegenstellingen waren er wel meer. Slapen op het dak van je auto versus het luxueuze onderkomen van koninklijke lodges. Je verwonderen over de gracieuze loop van een sabelantilope en het neerleggen met een enorm geweer van een onyx. Maar ook de energie van hulpverleners en moeders en de gelatenheid van de veelal mannen in de talloze illegale barretjes met hun huisgestookte alcohol.

Ik zag trotse mensen die in hun armoede waardigheid toonden. In hun houding, in hun bereidheid mij hun situatie uit te leggen of voor mijn camera te staan. Ik zag een gigantische sterrenhemel, maakte fabelachtige zonsondergangen mee die me emotioneel troffen. Genoot van de enorme leegte die zo weldadig aanvoelde in hun stilte. Het maakt me nederig maar ook wel nadenkend. Wat wilde dit me allemaal zeggen?

Ik was op stap met een groep van 16 mannen die voor een groot deel verbonden was met de christelijke kerk. Voor en na eten werden een gebed gedaan waar dankbaarheid uitgesproken werd voor wat we meemaakten op deze reis. Ik ben nauwelijks religieus maar ervaarde dat besef tot in mijn tenen. Misschien was dat wat Afrika mij wilde zeggen: dankbaar zijn om wat je hebt. Familie, gezondheid, eten op tafel.

Ik gun iedereen zo’n reis door Afrika.